Brevet - Instructeur

1. Structuur

 

Het brevet " Instructeur " heeft als doel ;

  1. Iedereen die instructie wenst te geven, de mogelijkheid te bieden dit te doen op een veilige en voor de leerling verantwoorde wijze.
  2. De vereisten vastleggen die de aanvaarding als instructeur mogelijk maken.
  3. De rechten en plichten van een instructeur vastleggen.
  4. Het belang aantonen van de continue werkzaamheid van de veiligheid.
  5. De criteria vastleggen voor het behoud van de bevoegdheid Instructeur.

2. Voorwaarden

 

Om de functie van Instructeur te mogen uitoefenen dient de kandidaat aan volgende voorwaarden te voldoen ;

  1. Minimaal beschikken over een veiligheidsbrevet B1
  2. Een ervaring kunnen aantonen van minstens 2 jaar. Dit kan gebeuren door een eenvoudige verklaring van het bestuur van de club.
  3. Een opleiding gevolgd hebben voor instructeur, onder leiding van een door het clubbestuur aangestelde ervaren instructeur.
  4. Voorgedragen worden als Instructeur door het bestuur van  de club.
  5. Slagen voor de proeven beschreven onder paragraaf 3.

Uitzondering : Een kandidaat Instructeur die niet voldoet aan punt 3 hierboven, kan ten uitzonderlijk titel toch het brevet Instructeur bekomen indien hij/zij :

  • Voldoet aan de andere voorwaarden
  • De proeven beschreven onder paragraaf 3 aflegt voor een hoofdexaminator of assistent hoofdexaminator.
  • Slaagt voor deze proeven

3. Kennis en vaardigheden

 

3.1 Kennis

De kandidaat moet blijk geven over een elementaire kennis te beschikken van de aerodynamica die rechtstreeks betrekking heeft op het specifiek modelvliegen.

Een korte verhandeling is verkrijgbaar via het VML secretariaat.

De kandidaat moet blijk geven op de hoogte te zijn van de actuele reglementering inzake modelluchtvaart en in het bijzonder over :

  1. Waar en wanneer met toestellen gevlogen mag worden
  2. Welke veiligheidsnormen dienen in acht genomen te worden
  3. Het clubreglement en de eventuele beperkingen die worden opgelegd door de club.

3.2 Vaardigheden

De kandidaat moet blijk geven op de hoogte te zijn van de algemene belangrijke punten die gepaard gaan met het bouwen ven het vliegklaar maken (o.a. het uitbalanceren, afstellen, ....) van een modeltoestel.

De kandidaat moet blijk geven de oefeningen die opgelegd zijn om het veiligheidsbrevet B1 te verkrijgen perfect te beheersen en foutloos te kunnen uitvoeren.

De kandidaat moet blijk geven om alle noodsituaties, al of niet veroorzaakt door een fout van zijn/haar leerling, op een veilige manier te kunnen oplossen door onmiddellijk de besturing van het toestel over te nemen en het toestel terug onder controle te brengen. Hiervoor zal hij/zij een lesvlucht uitvoeren met een examinator als leerling. De examinator zal opzettelijke fouten maken, die door de kandidaat instructeur veilig dienen opgevangen te worden, waardoor het toestel steeds onder controle blijft.

 

4. Het examen

 

Wanneer een kandidaat het examen van instructeur wenst af te leggen, dient hij/zij door het clubbestuur voorgedragen te worden aan een examinator van hun keuze, die zich dan zal vergewissen of aan al de hierboven beschreven voorwaarden voldaan zijn.

 

5. Geldigheid van het brevet

 

Het brevet "instructeur" heeft een onbeperkte geldigheid.

Om het brevet te behouden zal de instructeur moeten aantonen dat hij/zij te minste 2 leerlingen heeft opgeleid of heeft bijgestaan bij trainingen, instructies, ...

Indien dit niet het geval is zal de instructeur een " re-check " met een examinator van zijn club ondergaan. Deze proef bestaat er enkel uit dat de kandidaat tijdens zijn eerst volgende opleidingsvlucht door een toekijkend examinator geëvalueerd zal worden en hem/haar zo nodig zal bijsturen.

De hoofdexaminator of zijn assistent hebben de bevoegdheid om de instructeurs te evalueren en zo nodig, in extreme gevallen, het brevet " instructeur " in te trekken.