Richtlijnen voor het behalen van een brevet RC heli en modelvliegtuigen

Richtlijnen voor het behalen van een brevet RC heli en modelvliegtuigen

 

 1. Algemeen

 1.1 Doel van het brevetvliegen

Het doel van brevetvliegen is de modelvlieger een bewijs te geven dat hij/zij een bepaalde prestatie heeft geleverd of zich een bepaalde vaardigheid heeft eigen gemaakt. Bij het " veiligheidsbrevet A " komt hierbij vooral het aspect van de veiligheid. Dit brevet dient als bewijs dat de piloot zijn vliegtuig of helikopter veilig kan opstarten, laten vliegen en landen.

Voor het " veiligheidsbrevet B1 en B2 " speelt het aspect vaardigheid een grote rol. Het toont aan dat een modelluchtvaartpiloot over voldoende vaardigheid beschikt om onder alle omstandigheden een toestel veilig te blijven beheersen.

Dit hoofdstuk behandelt brevetten met betrekking op radio- en lijnbestuurde toestellen.

 

1.2 Bouwer van het model

Het is toegestaan te vliegen met een modelvliegtuig, multicopter of helikopter dat geheel of in belangrijke mate is geprefabriceerd.

 

1.3 Starten

Het model moet door de aanvrager/bouwer zelf worden gestart. Een helper kan het model loslaten, de aanvrager moet echt het model zelf besturen.

Er zijn drie manieren om een model te starten, nl. handstart, grondstart en hoogtestart ( de laatste geldt alleen voor modelzweefvliegtuigen ).

 

1.4 Technische voorschriften

De modelvliegtuigen, helikopters of multicopters moeten te allen tijde voldoen aan de geldende technische eisen. Hieronder vallen alle modellen, die voldoen aan de algemene FAI-voorschriften.

 

1.5 Geldigheid van een brevetvlucht

Een brevetvlucht mag slechts aangevangen worden indien het gebruikte toestel technisch volledig in orde is bevonden. De brevetvlucht wordt onmiddellijk beëindigd indien het toestel tijdens de start of de vlucht enig onderdeel verliest, of indien de examinator oordeelt dat de veiligheid in het gedrang komt.

 

 1.6 Aantal vluchten

In iedere categorie moet voor een brevet één vlucht worden gemaakt. Dit wil zeggen dat de aanvang en de beëindiging van de proef uit één vlucht bestaat en deze niet onderbroken mag worden. Indien de kandidaat niet slaagt mag hij/zij dezelfde dag een herkansingsvlucht uitvoeren. Indien hij/zij hier opnieuw in faalt, dient hij/zij zich opnieuw tot een instructeur te wenden om te oefenen voor hij/zij zich opnieuw aanbied voor een proef. 

 

 1.7 Bijkomende voorschriften voor het bekomen van een veiligheidsbrevet

Om het "veiligheidsbrevet A" te mogen afleggen dient de kandidaat aan de examinator te tonen dat hij/zij beschikt over een geldige lidkaart van VML voor de betreffende jaar. 

Om het "veiligheidsbrevet B1 of B2 " af te leggen dient de kandidaat houder te zijn van een geldig veiligheidsbrevet A. Deze brevetten kunnen samen, maar wel in afzonderlijke vluchten afgelegd worden. De proeven mogen dus niet gecombineerd worden.

 

 2. Beoordeling

 Examens voor een brevet worden afgenomen en beoordeeld door een examinator. Er worden geen cijfers gegeven bij de beoordeling, slechts een "O" bij onvoldoende of "V" bij een voldoende. Er dient een vlucht te worden gemaakt, waarvan alle scores, eventueel na herkansing, met een "V" moeten worden beoordeeld.

De uitreiking van een brevet gebeurt door de VML. De examinator vult op de website de scores in en duidt aan of de kandidaat al of niet geslaagd is. Het lid, die net geslaagd is, kan direct zijn/haar nieuwe lidkaart afdrukken. Hierop zal vermeld staan welk brevet er werd behaald.

Bij radiobesturing dient de kandidaat gebruik te maken van een door het BIPT, of een andere Europese lidstaat goedgekeurde zender, met toegelaten frequentie.
Bij het afnemen van de proeven voor het behalen van een brevet, is door de VML aangestelde hoofd-examinator of assistent hoofd-examinator bevoegd om ter plaatse controles uit te voeren met het doel na te gaan of de proeven al of niet op een correcte manier worden afgenomen, voorgeschreven in het reglement. 

 

 3. Aanpassingen vanaf 2018

 

 1. Het A-brevet:
Hier verandert er voorlopig niks aan.

2. Het B1 en B2 brevet.
Alle B-brevetten worden B1-brevet (tot 12 kg)
Wie wil vliegen op shows en andere evenementen met een toestel van méér dan 12 kg of een toestel uitgerust met een motor van méér dan 52 cc, heeft een B2 nodig.
Heb je reeds een B = B1 en wil je een B2 dan moet je de praktische proef van het B-brevet opnieuw afleggen en dit met een toestel van méér dan 12 kg en in aanwezigheid van een externe examinator.

Onder externe examinator verstaan we een examinator die geen lid is van de club van de piloot van wie het examen wordt afgenomen.
Alle B-brevetten (B1 en B2) moeten worden afgenomen door een externe examinator en een examinator verbonden aan de club.

Als er geen examinator is, verbonden aan de club, kan men een beroep doen op 2 externe examinators.

Het is de externe examinator die het B brevet valideert.

 

 

Begrippen van Aerodynamica : Aerodynamica

Instructies naar instructeurs : richtlijnen-instructeurs
Instructies naar Examinators : richtlijnen-examinatoren

Regels voor het aanvragen en bekomen van een + 12 kg toelating : Zie hier voor meer info

Deze website maakt gebruik van cookies De website van VML vzw gebruikt functionele cookies. In het geval van het analyseren van websiteverkeer of advertenties, worden ook cookies gebruikt voor het delen van informatie, over uw gebruik van onze site, met onze analysepartners, sociale media en advertentiepartners, die deze kunnen combineren met andere informatie die u aan hen heeft verstrekt of die zij hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun diensten.
Toon details Verberg details
Selectie toelaten
Alle cookies toelaten